Veghel en Venlo bereiden zich voor

Oostelijk Brabant en Noord-Limburg zijn hotspots voor logistiek en de agrifoodsector. Uitbreiding is nodig om de te verwachten groei op te vangen

Door Erik de Boer

In het oosten van Brabant en Noord-Limburg worden initiatieven ontplooid om de positie van de regio’s op logistiek gebied voor de komende jaren zeker te stellen en te versterken. De gemeente Veghel is nog een haardikte verwijderd van de aanleg van bedrijventerrein Foodpark Veghel (70 ha), terwijl Trade Port Noord Venlo (231 ha) het traject heeft opgestart voor de aanbesteding van een derde railterminal, een miljoenenproject met steun van staatssecretaris Mansveld. Zij heeft afgelopen april haar handtekening gezet onder een intentieovereenkomst van Rijk, gemeente Venlo, provincie en ProRail inzake aanbesteding, aanleg en aansluiting op het spoor.

Beide initiatieven worden ontplooid omdat bestaande voorzieningen aan de grenzen van hun capaciteit zitten. Veghel wil zich nadrukkelijk profileren als de agrifood-hoofdstad van Europa en ervan verzekerd zijn dat zij zowel nieuwe vestigers als bestaande bedrijven in hun plannen kan blijven faciliteren. De huidige railterminals in Venlo zitten momenteel op ruim 85% van hun capaciteit. Met de uitrol van Trade Port Noord Venlo, in combinatie met de trends in de logistieke wereld, is een nieuwe railterminal onvermijdelijk.

Veghel: centrale positie

De gemeente Veghel heeft historisch gezien een centrale positie in de agrifood-markt verworven. Meer dan de helft van de Noord-Brabantse bedrijven in deze sector met meer dan een miljard euro omzet is hier gevestigd. Dat heeft te maken met de goede bereikbaarheid langs wegen en water. In het verleden speelden de ligging aan de Zuid-Willemsvaart en de opkomst van de haven van Veghel een belangrijke rol. Daarnaast ligt de gemeente op het kruispunt van twee belangrijke doorgaande wegen en beschikt zij over een inland terminal. Dit alles in combinatie met een aantal Veghelse ondernemers die bedrijven in de voedselindustrie opzetten die uitgroeiden tot (inter)nationaal opererende ondernemingen.

Zo is Veghel gegroeid tot een centrum van productie en distributie van voedsel. Grote ondernemingen als Jumbo Supermarkten, Royal Friesland Campina, Mars Nederland, Sligro Food Group, Maison van den Boer, Hutten Catering, Agrifirm en Vanderlande Industries zijn de blikbepalers van Veghel geworden, aldus Simon Maas, verantwoordelijk voor de acquisitie voor Foodpark Veghel. Daar omheen is een uitgebreid netwerk ontstaan van toeleveranciers, (logistiek) dienstverleners, nichespelers en specialisten.

Grenzen aan de groei

De gemeente en de lokale food-industrie willen graag uitbreiding van de beschikbare terreinen. Verschillende bedrijven zitten aan de grens van wat op hun terrein mogelijk is. Zo bouwt Jumbo momenteel op haar perceel een nieuw hoofdkantoor, maar verdere uitbreiding zal in de toekomst waarschijnlijk elders moeten plaatsvinden. Het bieden van groeimogelijkheden voor de aanwezige bedrijven is het eerste belangrijke argument voor de aanleg van het nieuwe Foodpark. In de tweede plaats hoopt Veghel andere bedrijven te kunnen aantrekken. Om haar aantrekkelijkheid als vestigingsplaats te versterken is er ook de ambitie een innovatiecentrum te openen, waar de voeding van morgen samen met producenten en mkb kan worden onderzocht en ontwikkeld. Ook zijn er plannen voor een ‘Foodworld’, een plek waar alles draait om de beleving van voeding en de mening en het gedrag van de consument. Volgens de gemeente zijn dit allemaal genoeg redenen om voldoende ruimte van goede kwaliteit te ontwikkelen.

Twee fasen

Foodpark Veghel zal in twee fasen worden ontwikkeld. In de eerste fase wordt circa 30 hectare ingevuld. Dat komt overeen met de uitkomst van een onderzoek dat de gemeente heeft laten doen naar de lokale behoefte aan ruimte de komende tien jaar. Van de 30 beschikbare hectare is inmiddels 13 hectare gecontracteerd. Logistiek dienstverlener Bas Trucks heeft voor 4,5 hectare getekend, de lokale projectontwikkelaar Vosakker uit Lieshout voor 9 hectare. Deze heeft architectenbureau Studio 412 uit Eindhoven aangetrokken voor verdere ontwikkeling en invulling. Vosakker is via de behandelende makelaars Colliers Eindhoven en Bernheze Uden met twee bedrijven in gesprek over een vestiging op Foodpark.

Onlangs heeft de Raad van State de argumenten afgewezen van een actiecomité dat zich verzet tegen de aanleg van Foodpark. Daarmee is het bestemmingsplan in werking getreden. Er loopt evenwel nog een beroep bij de Raad waarvan de uitspraak ergens dit jaar wordt verwacht. De gemeente en de marktpartijen treffen inmiddels alle voorbereidingen om zo snel mogelijk aan de slag te gaan.

Venlo: uitbreiding railcapaciteit

Ook Venlo profiteert optimaal van de sterke positie die de agrifood-sector in Nederland en Europa heeft opgebouwd. Met een marktaandeel van 14% is deze sector de grootste ‘maakindustrie’ in Europa. Twaalf van de 40 grootste agrifood-bedrijven ter wereld hebben een vestiging in ons land. Terwijl Veghel veel agrifood-fabrikanten huisvest, moet Venlo het met name hebben van haar scharnierfunctie tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en het Europese achterland. Daarnaast is de regio in omvang het tweede tuinbouwgebied van Nederland. Er zijn 3400 tuinbouwbedrijven die hun producten op de veiling van Venlo aanbieden. Om bedrijven beter te kunnen accommoderen is Fresh Park Venlo volop in ontwikkeling en staat het daarnaast gelegen GreenPark Venlo, het voormalige terrein van de Floriade 2012, in de planning voor een agrifood-campus.

Onder gebiedsregie van Development Company Greenport Venlo – met daarin provincie en de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas en Peel en Maas – moet de komende jaren 5400 hectare worden ontwikkeld.

Met het oog op de groei zijn DCGV-dochter Trade Port Noord en de gemeente Venlo de aanbesteding gestart van een railterminal op de locatie Trade Port Noord. Reden is dat de twee bestaande railterminals elders in de gemeente (TCT, Cabooter) inmiddels structureel ruim 85% van hun capaciteit benutten. ‘Als je kijkt naar de groeicijfers die de havens van Rotterdam en Antwerpen verwachten, in combinatie met de groei die Greenport Venlo doormaakt, is duidelijk dat er transport- en overslagcapaciteit bij moet. Temeer omdat we ook zien dat steeds meer bedrijven uit andere sectoren Noord-Limburg kiezen als distributiecentrum, zoals e-commerce bedrijven en aan mode gerelateerde bedrijven’, aldus Peter Elbers, woordvoerder van Trade Port Noord Venlo. Zo heeft modemerk Tommy Hilfiger zijn Europese distributiecentrum in de gemeente. Elbers ziet ook deze activiteiten in de regio groeien.

De terminal wordt aanbesteed aan een partij die zowel de bouw als de exploitatie gedurende 30 jaar voor zijn rekening neemt. De eerste treinen moeten in 2017 de terminal binnenrijden.

 

‹ Terug naar het overzicht

Ook in het nieuws