Nederland: hogere grondprijs geen probleem voor grensregio’s

10 Maart 2014 – Hoewel de grondprijzen van bedrijventerreinen in Nederlandse grensregio’s hoog zijn in vergelijking met de Duitse buurregio’s, lijkt dit geen groot probleem te zijn voor het vestigingsklimaat van Nederlandse grensregio’s. Dat concludeert het Centraal planbureau uit een verkennende studie die zij heeft gedaan op verzoek van het ministerie van Economische Zaken.

De eerste conclusie volgens het CPB is dat de grondprijzen voor bedrijventerreinen in de Nederlandse grensregio’s in 2013/2014 over het algemeen hoger zijn dan aan de Duitse kant van de grens. De prijzen zijn in elke Nederlandse grensregio hoger dan aan de Duitse kant van de grens; het gaat om een verschil van een factor 2 tot 10. Bij aankoop van een hectare kan dit een verschil van € 1 miljoen betekenen. Voor de vergelijking met België zijn veel minder data beschikbaar, maar is het beeld dat de prijzen in de buurt van Limburg meestal ook hoger zijn in Nederland. Daarentegen lijken de prijzen in Zeeuws-Vlaanderen relatief laag in vergelijking met die in Brugge en Gent.

De tweede conclusie is dat de hogere prijzen geen groot probleem lijken te zijn voor het vestigingsklimaat van Nederlandse grensregio’s. De grondprijs is slechts een van de vele factoren die de vestigingskeuze van een bedrijf bepaalt. De grondkosten zijn maar een kleine fractie van de totale investeringen, en uit de empirische literatuur is nauwelijks bewijs dat de grondprijs een doorslaggevende factor is. Bedrijven verhuizen vaak binnen een regio en grensoverschrijdend verhuizen is extra onaantrekkelijk, bijvoorbeeld omdat werknemers niet mee willen verhuizen en zeker niet naar de andere kant van de grens.

Voor internationale ruimte-intensieve bedrijven kan de grondprijs belangrijker zijn. Maar ook daar zijn veel andere factoren in het spel, zoals fiscaal klimaat, imago van het land en de regio, infrastructuur en beschikbaarheid van kavels van voldoende omvang en mogelijkheden van uitbreiding. Door een onderhandelingseffect kunnen gemeenten wel de indruk krijgen dat de grondprijs belangrijk is. Tot slot blijkt dat sommige Nederlandse grensregio’s, zoals Limburg, ondanks de relatief hoge grondprijzen succesvol zijn in het aantrekken van buitenlandse ruimte-intensieve bedrijven.

De prijsverschillen kunnen maar beperkt worden verklaard door regionale verschillen die wijzen op een hogere vraag naar grond, zoals verschillen in inkomen (bbp per capita), bevolkingsdichtheid of demografie. Ook indicatoren van verschillen in vestigingsklimaat op nationaal niveau lijken geen verklaring te bieden voor de veel hogere grondprijzen aan de Nederlandse kant van de grens. De verschillen komen eerder door aanbodfactoren, vaak in nauwe samenhang met verschillen in beleid en instituties. In Nederland is grondverwerving over het algemeen aanzienlijk duurder, lijken de kosten van het bouwrijp maken hoger,  zouden ook kosten voor vergunningen en natuurcompensatie hoger kunnen zijn en zijn de subsidies misschien lager. Verschil in kosten zou ook kunnen komen door meer of betere voorzieningen en infrastructuur aan de Nederlandse kant, aldus het CPB.

‹ Terug naar het overzicht

Ook in het nieuws