Gemeenten moeten kleur bekennen

Als ze als winkellocatie niet alle kleur willen verliezen, zullen bestuurders de regierol moeten oppakken en de detaillist moeten faciliteren

Door Erik de Boer

Toen de Bijenkorf aankondigde haar vestigingen in Groningen, Enschede, Arnhem, ’s-Hertogenbosch en Breda te zullen sluiten, werden de betrokken wethouders een uur voor de bekendmaking op de hoogte gebracht. Daar hadden ze nog geluk mee, want in veruit de meeste gevallen moeten ze op internet lezen dat opnieuw een winkelketen de handdoek in de ring gooit.

De krimpende consumentenbestedingen en de groei van het internetshoppen vormen samen een dodelijke cocktail voor de traditionele winkelier. ‘Retail bevindt zich in a perfect storm’, zegt Paul Rodenburg van B&S Consultants. Hij sprak in Amersfoort op een bijeenkomst van de G32-steden. In plaats van lijdzaam toezien hoe winkel na winkel gesloten wordt, moeten gemeenten de regierol oppakken om hun stad aantrekkelijk te houden als vestigingslocatie voor retailers. Het online winkelen heeft de traditionele structuren en denkpatronen bij gemeenten onderuit gehaald.

Retail is na de oorlog sterk hiërarchisch ingericht. Je hebt het centrum als centraal winkelgebied, de wijkcentra die meer gericht zijn op de dagelijkse behoeften en aan de rand de pdv’s en gdv’s. Het zijn allemaal fysieke activiteiten op vaste locaties en sterk gereguleerd.

Structuur onderuit

Met internet is deze structuur aan het glijden gegaan. De consument hoeft niet meer per se naar het centrum en zijn eten laat hij door AH thuis bezorgen. Daarnaast zijn er nieuwe toetreders gekomen, die weinig met bakstenen van doen hebben maar heel veel weten van distributie. Winkelketens en detaillisten raken in paniek, want uit elke hoek komen concurrenten.

Tegelijkertijd zien gemeenten die heldere grenzen vervagen. Pop-up winkels duiken op, internetwinkels openen fysieke winkels en de grote spelers bouwen grote distributiecentra. Ook de heldere afbakening tussen winkelgebieden, kantorenlocaties en bedrijventerreinen brokkelt af. Een internetshop met opslagruimte op een bedrijventerrein heeft er ook een kantoor bij om de spullen te versturen. Of ze openen een showroom, zodat hun klanten ook fysiek met de internetwinkel kennis kunnen maken. En deze mag dan geen pinautomaat aansluiten, want dan wordt zijn vestiging retail, en dat mag weer niet op een bedrijventerrein. En zo worden al deze definities die decennia lang gehanteerd zijn, momenteel vloeibaar. ‘De crisis in de retail is een wake-up call voor winkels, winkelcentra en winkelgebieden’, aldus Rodenburg.

Regierol voor gemeenten

Gemeenten zijn op zoek naar de rol die ze moeten spelen. Lege panden in hun centrumwinkelgebied zorgen voor een slinkend aantal passanten en maken een stad ook als woonplaats minder aantrekkelijk. Dat werkt ook op termijn negatief door op aspiraties van steden om zich als vestigingslocatie te profileren. Bedrijven die een substantieel werknemersbestand meebrengen, zien graag dat het personeel het leuk vindt om in de buurt te gaan wonen. Dichtgeplakte winkelstraten en wijkcentra zijn geen aanbeveling.

De ambtelijke molens staan een snelle aanpassing aan de realiteit in de weg. Het ontbreekt aan bovenregionale besluitvorming, waardoor er altijd wel een buurgemeente is die een nieuwe kantoorontwikkeling verwelkomt. De ruimtelijke ordening loopt achter bij het economische landschap en zij let in hoofdzaak op kansen om nog wat geld te verdienen aan de grondexploitatie.

Volgens belangenorganisatie Detailhandel NL zouden gemeenten al veel kunnen betekenen door allerlei heffingen en belastingen te saneren of te verlagen. Een detaillist betaalt ozb, reclamebelasting, apv, precariobelasting, en de gebruikelijke lokale belastingen die weer van plaats tot plaats in hoogte verschillen. Volgens de organisatie zouden alle gemeenten ook koopzondagen moeten faciliteren en experimenten met parkeertarieven kunnen ook geen kwaad.

De vastgoedbeleggers, zoals die zijn verenigd in de IVBN, vinden dat gemeenten de regie moeten pakken en dat ze voorrang moeten geven aan de binnenstad. De vereniging van institutionele beleggers in het vastgoed meent dat we afstevenen op goed functionerende winkelconcentraties die beter worden en niet goedfunctionerende gebieden die het nog slechter gaan doen. Uiteindelijk bepaalt de consument was perspectiefrijk is en wat niet.

Enschede neemt voortouw

Marijke van Hees, wethouder Economische Zaken van de gemeente Enschede, zoekt de stimulerende rol van de gemeente vooral in het regelen van praktische zaken. Er zijn bij retail zo’n tien direct betrokken partijen. Als gemeente moet je het gesprek met hen aangaan en een balans zien te vinden in hun belangen. Intussen heeft de stad wel een aantal bepalende besluiten genomen. Zo is ervoor gekozen het winkelbestand niet uit te breiden met pdv- en gdv-locaties. Het nieuwe ziekenhuis is gebouwd aan de rand van het stadshart, in de verwachting dat daardoor van hieruit een trek naar de binnenstad zal ontstaan. De grote parkeergarage die inmiddels een paar jaar geleden werd geopend, heeft weer tot een aanwas geleid van landelijke winkelketens.

De gemeente heeft ook geld gereserveerd voor het actieprogramma binnenstad. Dat heeft tot doel de binnenstad aantrekkelijker te maken. Er is geld voor het verbeteren van gevels, om het wonen boven winkels te faciliteren en om winkels te verplaatsen. Zo is een grote beddenspeciaalzaak verhuisd richting meubelboulevard en daardoor konden op de oude plek zeven nieuwe winkels worden geopend. Marijke van Hees: ‘We zijn ook met ondernemers naar Den Bosch gegaan om te kijken hoe ze daar omgaan met het upgraden van winkels. Daar is een ‘binnenstadbaas’, die zich bezighoudt met de kwaliteitsbeleving en de uitstraling van het stadscentrum. Hij praat bijvoorbeeld mee over de belettering op winkels en het aangezicht van de gevels.’ Een ander initiatief van Enschede is het organiseren van workshops voor winkeliers over internetwinkelen en wat ermee te doen. Ze kunnen bijvoorbeeld als binnenstadwinkels een gemeenschappelijke website opzetten. Daarmee wordt hun marketing krachtig ontwikkeld.

Enschede zet ook stevig in op het stimuleren van het wonen boven winkels. Alleen al om de binnenstad ook ’s avonds levendig te houden is dat van belang. Daar komt bij dat de woningbouw op de rem staat. ‘Wij denken met eigenaren mee hoe het wonen in winkelpanden ook voor hen een interessante optie kan worden.’

Bron: PropertyNL Magazine, nr 1 2014

‹ Terug naar het overzicht

Ook in het nieuws