Delft: € 600 mln in herontwikkeling campus TU

26 Juni 2015 – Tegen een prijskaartje van € 600 mln uit eigen middelen wil TU Delft toponderzoekers uit de wereld aan zich binden.

Door Erik de Boer

Is het de grootste herontwikkelingslocatie van Nederland? Of zelfs van Europa, zoals de initiatiefnemer claimt? Feit is dat het hier gaat om een oppervlak dat groter is dan dat van de binnenstad van Delft: 161 ha om precies te zijn. De sloop/herontwikkeling/renovatie/nieuwbouw betreft 59 gebouwen met in totaal 570.000 m² vloeroppervlak. Op het terrein zijn ruim 25.000 mensen bezig, die elke dag naar hun studie of werk moeten kunnen blijven gaan. Ook de 219 aanwezige bedrijven moeten hun omzetten blijven draaien.

Dit is de opgave waarvoor directeur Facilitair Management & Vastgoed van de TU Delft, Anja Stokkers, zich gesteld ziet. Het werk speelt zich de komende jaren af op de campus van de TU Delft. In 2023 moet het traject zijn doorlopen. Dan is twee derde van de laboratoria vernieuwd, zijn er 2200 studentenwoningen toegevoegd (bovenop de bestaande 2000 stuks) en 500 extra studieplekken gerealiseerd, is het aantal gebouwen teruggebracht naar 50, zijn de sportaccommodaties gemoderniseerd en uitgebreid en heeft het naastliggende bedrijvenpark Science Park Technopolis Delft een bebouwd oppervlak van 100.000 m² gekregen.

Anja Stokkers, TU Delft

Grote veranderingen

Deze grootscheepse aanpak is broodnodig, aldus Stokkers: ‘Het meeste vastgoed op de campus dateert van vlak na de oorlog en heeft de TU Delft cadeau gekregen van de overheid. Je had toen allerlei proefopstellingen nodig voor het wetenschappelijk onderzoek. Nu gaat veel per computer. Kijk bijvoorbeeld naar Bouwkunde, daar zijn de tekentafels overbodig geworden. Maar ook het onderwijs is veranderd, en dat vraagt andere voorzieningen. Online studenten hebben maar een paar weken per jaar fysieke ruimte ‘on campus’ nodig om examens, projecten of onderzoek te doen. Mede daardoor is het gebruik van de traditionele collegezalen een stuk minder.’

Het ruimtegebruik kan beperkter; volgens het plan zal ongeveer 15% van het nu beschikbare vloeroppervlak verdwijnen. Om de beste onderzoekers en de meest talentvolle studenten uit de wereld te kunnen blijven aantrekken, zijn ook betere laboratoria nodig, die voldoen aan de huidige maatstaven van wetenschappelijk onderzoek. Zo heeft de TU dringend behoefte aan trillingsarme gebouwen en meer cleantech ruimtes.

Daarnaast moet er ook een zeer grote slag gemaakt worden op het gebied van duurzaamheid en energie, wil ‘Delft’ het vaandel van een technische universiteit in de wereld hoog kunnen houden. Uitgangspunt van de gehele gebiedsontwikkeling is dat in 2020 een energiebesparing is bereikt van 40% ten opzichte van 2005. In 2016 moet de energievoorziening volledig duurzaam zijn, en moet de campus 25% daarvan zelf opwekken of inkopen. Ten opzichte van 2005 moet de CO2-footprint in 2020 met maar liefst 55% gereduceerd zijn.

Tot slot moet het terrein ook een look & feel krijgen van een campus en mag het niet meer een bij elkaar geraapt stel gebouwen zijn. Doel is het creëren van een fysieke omgeving die letterlijk en figuurlijk ruimte biedt aan en inspireert tot excellent onderwijs, baanbrekend onderzoek en samenwerking met externe partners en marktpartijen.

Met het plan beoogt de universiteit haar naam als gerenommeerd opleidings- en onderzoeksinstituut te versterken. Daarnaast moet het tot grote exploitatievoordelen leiden. Allereerst brengt sloop van het overtollige metrage lagere exploitatielasten met zich mee. In de tweede plaats worden financiële voordelen behaald door reductie van het energieverbruik en eigen opwekking van duurzame energievormen.

Hoe de verhouding tussen sloop en nieuwsbouw ten opzichte van renovatie uiteindelijk zal uitpakken, hangt van veel factoren af. Stokkers: ‘Er zit bijvoorbeeld asbest in diverse gebouwen. Dat kan een renovatie-oplossing in de weg staan. Op dit moment ga ik ervan uit dat we in totaal 110.000 m² bvo zullen afstoten of slopen.’ Daar staat overigens tegenover dat 40.000 m² bvo wordt toegevoegd.

Brand bij Bouwkunde

De brand in het gebouw van de faculteit Bouwkunde in 2008 heeft ook de uitgangspunten doorkruist, aldus Stokkers. ‘We zijn gestart met het idee van een compacte campus, omdat het oude gebouw van Bouwkunde door haar ligging voor een perfecte doorstroom van studenten over het hele terrein zorgde. Nu is de faculteit ondergebracht in een oud universiteitsgebouw, dat verkocht was aan een ontwikkelaar, maar dat de TU weer heeft teruggekocht na de brand. Het ligt aan de ingang van de campus en daarmee is de looproute over het terrein weggevallen. Nu vormen clusters van studie en onderzoek het uitgangspunt van het basisplan. Zo wordt een deel van de faculteit Technische Natuurwetenschappen samengebracht in het gebied van de afdelingen Lucht- en Ruimtevaarttechniek en het Reactorinstituut. Daardoor worden ‘ontmoetingen’ aangemoedigd van studenten, onderzoekers en samenwerkende bedrijven die duidelijke raakvlakken met elkaar hebben. De plaatsing van horeca, woningen, winkels en andere diensten wordt daarop afgestemd. Zo moet een ‘living campus’ ontstaan.’

Inbreng eigen kennis

Het plan, de invulling en de realisatie worden begeleid door zoveel mogelijk technische kennis die de TU Delft in huis heeft. Hoogleraren en studenten met kennis van bionanoscience, kwantumcomputers, energieopslag en waterzuivering tot en met medische hulpmiddelen, rampenbestrijding, cyber security en drones: ze dragen allen hun steentje bij. Zo wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd met het meten van de loopstromen op het terrein, de gebruiksintensiteit van de gebouwen en bezettingsgraden op basis van het gebruik van mobiele telefoons. Ook worden bouwkundigen ingeschakeld om te adviseren hoe er duurzamer gebouwd kan worden, civiele technici bij het verduurzamen van de watervoorziening en elektrotechnici bij het plaatsen van zonnepanelen op de daken van de campus.

Zoektocht naar financiers

Om een indruk te krijgen van de aard en omvang van de transformatie, kun je het beste een fietstocht maken met Anja Stokkers. ‘Dit gebouw moet plat, en dat ook’, zegt ze terwijl ze in de rondte wijst. ‘En dat lelijke ding? Tja, dat blijft staan, want het is niet het mooiste gebouw, maar destijds wel heel degelijk en in feite ook duurzaam gebouwd. Maar wees gerust, de buitenkant zullen we aanpakken.’ Het hele traject gaat ongeveer € 600 mln kosten. Veruit het grootste deel van het bedrag heeft het bestuur van de TU Delft de afgelopen jaren bijeen gespaard.

Het aanpalende Science Park Technopolis is een ander verhaal. De grond is in handen van de TU Delft en wordt in erfpacht uitgegeven. Wil je als eindgebruiker hier zitten, dan moet je door de ballotage. De universiteit ziet het liefst bedrijven die een relatie hebben met de aanwezige onderzoeksafdelingen van faculteiten. Er komt ook een tweede bedrijfsverzamelgebouw voor jonge ondernemers, die op basis van een onderzoeksidee de fase naar volwassenheid willen doormaken: Yes!Delft.

Het ontwikkelen van Technopolis zal een hele klus worden, erkent Stokkers. Ze is helemaal afhankelijk van marktpartijen, ‘maar die leggen alle risico’s bij ons en vragen desondanks een hoog rendement’. Stokkers heeft diverse modellen onderzocht, maar ziet geen voorbeelden die kunnen werken in Delft. ‘De aanpak van bijvoorbeeld de High Tech Campus Eindhoven werkt niet voor ons. De High Tech Campus is een private onderneming die kan investeren in infrastructuur voor bedrijfsontwikkeling. Als universiteit, een publiek gefinancierde instelling, kunnen we dat niet doen. Vergelijkbaar is wel het werken vanuit een omschreven ecosysteem van bij elkaar passende onderzoeksinstellingen en bedrijvigheid. We zoeken eigenlijk financiers die geïnteresseerd zijn in de technologie die we hier ontwikkelen en het vastgoed als noodzakelijk kwaad erbij nemen.’

‹ Terug naar het overzicht

Ook in het nieuws