Amsterdam: Bouwinvest presenteert sluitstuk The Olympic

6 mei 2020 – De opening van de twee gerenoveerde monumentale Citroën-gebouwen vormde onlangs het sluitstuk van de transformatie van het Olympisch Stadion-gebied door Bouwinvest

Door Ronald de Blauw

Tijdens een symposium in het gebied was er niet alleen aandacht voor deze vestigingslocatie, maar vooral ook voor ‘placemaking’ – het geven van meerwaarde aan gebiedsontwikkelingen.
Allard van Spaandonk, cio Dutch Investments Bouwinvest (€ 15 mrd assets under management, 25 pensioenfondsen) memoreerde de redding van het monumentale stadion, dat in 1992 nog op de nominatie stond voor sloop. Inmiddels heeft het gebied een mix van functies gekregen, met vijf verschillende projecten, in een lange periode van publiek–private samenwerking.
Bouwinvest organiseerde voorafgaand aan formele opening een seminar over lessen uit de gebiedsontwikkeling met (inter)nationale sprekers. De dag werd gemodereerd door Bob van der Zande, urban strategist bij Balthasar & Partners. Vanuit zijn vorige rol bij de gemeente Amsterdam was hij nauw betrokken bij het behoud van het Olympisch Stadion voor de stad Amsterdam.

Controverse
Een van de sprekers was de goeroe op het gebied van placemaking, Fred Kent van Project for Public Spaces en co-founder van het Placemaking Fund. Kent is beroemd vanwege de transformatie van Detroit, Harvard University en Byant Park in New York. Hij nam de aanwezigen mee langs een aantal voorbeelden en liet zien hoe stille, lege, niet-functionerende gebieden in relatief korte tijd verbeterd kunnen worden naar bruisende stadsdelen. ‘Het is niet heel moeilijk, het is heel leuk. We moeten alleen begrijpen waarom mensen samen willen zijn en waarom ze een gebied willen gebruiken.’ Hij introduceerde een simpele methode om er via interviews in wijken achter te komen wat fijne en vervelende plekken zijn.
Bouwinvest schuwde met het uitnodigen van Kent de controverse niet. De placemaker liet zijn Amerikaanse successen zien, maar had er ook geen problemen mee om zijn negatieve ervaringen met Nederland te delen. Hij had destijds gedacht dat zijn voorstellen voor de herinrichting voor het Museumplein in goede aarde vielen, maar er was volgens hem niets van terechtgekomen. Waarschijnlijk had hij enkele publiek–private ontwikkelingen gemist, zoals het Museumplein Polo met Zadelhoff, wat juist past in het gedachtegoed van het Placemaking Fund.
Stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Zuid Sebastiaan Capel zei in het slotwoord dat hij er niets voor voelt om na alle plannen en commotie rond The Olympic met nieuwe plannen te komen. ‘Eerst zorgen dat iederéén gehoord wordt, en niet alleen de participatie-elite.’

Natuur in de stad
Bouwinvest had ook Mette Skjold uitgenodigd, partner en ceo bij het Deense SLA, een van de belangrijkste Europese kantoren die zich bezighouden met het terugbrengen van de natuur in steden. ‘De natuur moet terugkomen in de stad. Dit is bijvoorbeeld goed voor CO2-vermindering, de luchtkwaliteit en het managen van regenval.’ Skjold stelde in haar presentatie dat mensen, de stad en daarmee ook de waarde van het vastgoed hiervan profiteren. Ze gaf voorbeelden van transformatie van Deense voorsteden.
De middag werd afgesloten met een paneldiscussie onder leiding van Bob van der Zande over placemaking. Ruwan Aluvihare van de gemeente Amsterdam vertelde dat hij met Westerpark met 11 miljoen bezoekers misschien te veel van de omwonenden vraagt. Hans Karssenberg van Stipo betoogde dat het bij placemaking juist niet gaat om aantallen bezoekers, maar het verschil tussen een leefbare of een liefdevolle plek. Saskia Beer van ZO!City en TransformCity gaf de raad mee dat belegger, gemeente, gebruikers en bewoners na de oplevering niet kunnen rusten, maar dat het een startsein vormt voor een bijzondere gebiedsontwikkeling.

Iconische Citroën-gebouwen
De Citroën-gebouwen aan het Amsterdamse Stadionplein staan symbool voor de revitalisering van het hele gebied. Onder de naam The Olympic Amsterdam is dit een ontwikkeling van Peak Development en Bouwinvest. ‘Het komt maar zelden voor dat een vastgoedbelegger zo in samenhang mag en kan ontwikkelen; we hebben een compleet binnenstedelijk gebied opnieuw op de kaart gezet. Het biedt ruim 100.000 m² wonen, werken en recreëren, met een focus op sport, cultuur, innovatie, duurzame mobiliteit en media’, aldus Bas Jochims, hoofd Asset Management Kantoren Bouwinvest.
Belangrijke huurders zijn auto-importeur Pon Holding, het internationale sportmerk Under Armour en de internationale vastgoedadviseur Colliers.
Architect Jan Wils ontwierp zowel het Olympisch Stadion (1928) als de Garage Citroën (Zuid, 1931, 10.100 m²) en de Tweede Citroën-garage (Noord, 1962, 15.500 m²). De Citroën-gebouwen vormden uiteindelijk het laatste onderdeel van Berlages ‘Plan Zuid’.
Bouwinvest trok Peak Development aan om de herontwikkeling van de panden te begeleiden en zij kozen samen voor de architectenbureaus BiermanHenket (Zuid-gebouw) en Rijnboutt (Noord-gebouw). De opdracht: oorspronkelijke details van deze monumentale panden terugbrengen en de rommelige aanpassingen van de afgelopen decennia verwijderen. Jochims: ‘Bouwinvest kijkt voorbij de stenen van het vastgoed. Samen met de gemeente, ondernemers en belanghebbenden zullen we niet alleen de gebouwen op zich, maar ook het Olympisch Stadiongebied op de kaart zetten. Met deze herontwikkeling behouden we het historisch karakter van de Citroën-garages.’

‹ Terug naar het overzicht

Ook in het nieuws